FRIES FILM ARCHIEF IS EEN ACTIVITEIT VAN FILM IN FRIESLAND EN TRESOAR Home Fries Film Archief

materiaal 

 

 

 

 

 

Materiaalkennis

In dit onderdeel staan we stil bij de basis: wat moet je weten voordat je met een film aan de slag gaat. Wat voor soorten film bestaan er, waar let je op, hoe herken je geluid enzovoort. De nadruk ligt op de praktische aspecten.

Voor algemene informatie over filmmateriaal en –productie verwijzen we graag naar de website van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Film is kwetsbaar!

Bedenk dat filmmateriaal op zichzelf al gevoelig voor beschadiging is. In de bioscoop zie je bij de nieuwste films al kabels lopen. De projector heeft een vuiltje langs de film gehaald en het resultaat is een kras. Historisch filmmateriaal is vaak veel gedraaid, droog of zelfs bros en daarmee erg kwetsbaar.

Draai oud filmmateriaal nooit op een projector omdat je unieke opnamen dan onherstelbaar kan beschadigen. 

Gebruik altijd het juiste gereedschap wanneer je een film wit bekijken.

ALGEMENE OMGANG

Film bestaat uit een drager met een lichtgevoelige laag (emulsie). De dragerkant is de spiegelende kant, de emulsiekant is dof.

Raak een film niet aan op de kwetsbare emulsielaag. Pak film altijd – zonder druk uit te oefenen - beet bij de zijkanten, zeg maar de kopse kanten. Draag als het kan speciale archiefhandschoenen.

Vaak bestaat film uit achter elkaar geplakte stroken film. Op plekken waar de film geplakt of gelast is, breekt deze snel.

naar boven

filmformaten

Sinds de eerste film, zo rond 1895, zijn er verschillende filmformaten ontwikkeld, van 70 tot 9,5 mm. De breedte van de filmstrook is het formaat van de film, vandaar de aanduiding in millimeters.

Elke film heeft een perforatie, de gaten waarmee de projector de film transporteert. De grootte van de perforatiegaten en de onderlinge afstand verschilt. Let vooral bij 8 mm en super-8 goed op, de breedte is gelijk maar de perforatie verschilt!

In de praktijk kom je het meest met de volgende filmformaten in aanraking:

 

naar boven

Filmgeluid

Tenzij het geluid bij de film op een aparte spoel (perfotape) of een ander los item staat, kan je aan de film zelf zien of de film geluid heeft.

Elk geluid vraagt om eigen afspeelapparatuur.

Bij het ontbreken van een losse geluidsspoel of een randspoor kent de film waarschijnlijk geen geluid.

 

 


 

 GELUID HERKENNEN

Magnetisch geluid: een bruin randspoor – denk aan de kleur van de tape van cassettebandjes - tegenover de perforatie.

 

Optisch geluid: een randspoor met horizontale of verticale streepjes - denk bijvoorbeeld aan een hartslaglijn - tegenover de perforatie.

naar boven

 Soorten dragers

De voornaamste filmdragers zijn nitraat, acetaat en polyester. Elke filmdrager heeft zijn eigen goede en negatieve kwaliteiten.

Bedenk dat filmformaten ontstaan zijn vanuit de actieve filmindustrie. Duurzaamheid speelde bij de keuze voor een bepaald soort materiaal veel minder een rol dan de werkbaarheid en de kosten.

 

naar boven

Algemene Kenmerken dragers

Van deze dragers zijn de volgende achtergronden belangrijk om te weten: 

Dragers herkennen

Voor het herkennen van de drager kan je de volgende praktische tips gebruiken:

Nitraat

Nitraat is chemisch instabiel en brandgevaarlijk. Boven de 40 graden kan nitraat intens ontvlammen, zeker wanneer de film in verval is. In de jaren 1950 verbood de overheid het gebruik van nitraat en stelde zij speciale condities voor de opslag ervan. De filmbunkers van het Instituut voor Beeld en Geluid en het Filmmuseum zijn feitelijk het meest geschikt.

Wanneer een film nitraat blijkt te zijn, neem dan altijd contact op met het filmarchief voor advies!

Check datum

De productiedatum en het formaat van de film geven belangrijke aanwijzingen voor het soort drager.

Alleen 35 mm van voor ca. 1954 kan nitraat zijn. Kijk of je op de film, tussen de perforatie, een aanwijzing in de zin van “brandgevaarlijk”, al dan niet in het Nederlands, aantreft.

Materiaal van na 1954 en 8 en 16 mm zal vrijwel altijd acetaat zijn. Soms staat bij acetaat de vermelding safetyfilm of een vergelijkbare aanduiding op de film. In de praktijk zal je vooral acetaat tegen komen.

Acetaat

Vanwege de instabiliteit van nitraat stapte de filmindustrie massaal over op het gebruik van acetaat. Acetaat kent echter ook chemisch verval: verzuring, het gevreesde vinegar syndrome.

 

Check aanloopstrook

Kijk of de aanloopstrook en de eigenlijke film dezelfde drager zijn. Het komt voor dat bijvoorbeeld een 35 mm nitraatfilm in een later stadium een acetaat aanloopstrook heeft gekregen.

Polyester

Polyester kent geen houdbaarheidsproblemen zoals nitraat en acetaat. Toch gebruikt men polyester maar weinig omdat de praktische omgang met het materiaal lastig is. Het monteren van deze film is niet eenvoudig en het materiaal is zo sterk dat het een projector kapot kan trekken.

 

Brandtest

Twijfel je of een film acetaat of nitraat is? Scheur een miniem stukje film af en steek dit buiten bereik van de film, op een veilige, goed geventileerde plek aan. Een intense steekvlam duidt op nitraat. Acetaat brandt veel rustiger, terwijl polyester amper vlam vat.

 

Scheurtest

Twijfel je of een film acetaat is of polyster? Probeer de drager voorzichtig te scheuren. Bij polyester gaat je dat niet lukken.

naar boven

 

 

 NAVIGATIE              
 WERKWIJZER