films bekijken: het materiaal
 |
Beheer in de praktijk
In dit onderdeel staan we stil bij het beheer van filmcollecties, dat wil zeggen de verpakking, opslag en technische controle van het filmmateriaal. Filmregistratie en het verwerken van gegevens komt bij catalogisering aan bod. Notabene: tijdens een technische controle verzamel je gegevens die je in de catalogus voert voor vereenvoudiging van het beheer. Er is dus enige overlap.
Afbeelding links: filmspoel |
Algemene omgang
Werk in een schone, stofvrije omgeving.
Eet, drink en rook niet in deze ruimte.
Pak film altijd – zonder druk uit te oefenen - beet bij de zijkanten, zeg maar de kopse kanten.
Draag als het kan speciale archiefhandschoenen.
Wanneer blikken erg roestig/vuil zijn niet met dezelfde handen aan de film komen.
naar boven |
Verpakking
De verpakking van de film is essentieel voor een goed behoud van het materiaal.
Hierbij let je op het volgende:
|
Alarmbellen
Door de film te bekijken en eraan te ruiken kan je eenvoudig probleemgevallen opsporen. Natuurlijk open je hiervoor de blikken. De staat van de verpakking zegt niet altijd wat over de staat van de film zelf. Zaken waarbij je snel in moet grijpen zijn: |
Film in Blik
Verpak films per stuk (!) in een schoon en deugdelijk blik.
Het enige dat in het blik hoort te zitten is de film zelf (op spoel of kern). Verwijder losse papieren, schuimstukjes en dergelijke.
Zorg voor een goede registratie van de film. Vermeldt een uniek nummer op zowel het filmblik als de spoel of op een nieuwe aanloopstrook. Gebruik hiervoor goede stickers en stiften. Let daarbij op dat je de film zelf niet raakt. Omdat de blikken plat liggen, plak je stickers op de zijkant van de blikken. Zo blijven de nummers leesbaar wanneer films gestapeld zijn.
|
Verzuring (Vinegar Syndrome)
Verzuurd acetaat kan verzuring in andere films aanwakkeren. Vanwege dit besmettingsgevaar dien je verzuurde films op te sporen en apart op te slaan. Voor deze films dreigt op korte termijn onherroepelijk verval.
Verzuring herken je aan een azijnlucht. Het Image Permanence Institute ontwikkelde papierstrips waarmee je binnen 24 uur kan meten of en in hoeverre een film verzuurd is. Deze Vinegar Syndrome Tester kan je onder meer bestellen bij Janssen Film en Audioservices |
FilmBlik
Zorg dat het blik onbeschadigd is en van deugdelijk materiaal (hardplastic of aluminium). Een blik moet vervangen worden wanneer:
Er sprake is van roest of een andere vorm van oxidatie. Het slecht geopend en/of gesloten kan worden. Er deuken in zitten. De grootte en hoogte niet overeenstemt met de film.
|
Nitraat
Nitraat wil en mag je niet opslaan in verband met brandgevaar. Hoe herken ik nitraat?
Andere aantastingen
Check of er sprake is van natheid, schimmelvorming of andere aantastingen. |
Spoelen
Bij kapotte of vervormde spoelen, spoel je de film over op een nieuwe spoel (8mm) of een filmkern (16mm en 35mm). Het voordeel van een filmkern of bobby is dat de film niet doorhangt, maar plat in het blik rust.
Voor omspoelen gebruik je bij voorkeur een handspoeler. Werk in een gecontroleerde beweging, draai met een regelmatige slag en breng met je hand enige tegendruk aan op de leeglopende spoel voor meer controle. |

filmkern
|
|


spoel en handspoeler |
Opslag
Een goede omgeving voor de opslag van film is een belangrijke voorwaarde voor behoud. Let wel: goede opslag is niet voldoende. Film is onderhevig aan inherent chemisch verval. De enige manier om film te conserveren is om een filmduplicaat te laten maken. De film sla je bij voorkeur als volgt op: |
Klimaat
Zorg voor een schone, droge en koele plaats met een constante temperatuur en luchtvochtigheid. Een koudecel met een temperatuur van ca. 6 graden is optimaal.
Bij grote temperatuurwisselingen ontstaat condensvorming: verplaats films dan ook niet zomaar van een koude naar een warme ruimte.
|
Plaatsing
Filmblikken plat bewaren. De blikken niet recht op de zijkant zetten in verband met mogelijke verkleving en vervorming van de film.
Stapel de blikken niet te hoog op (niet meer dan vijf). Maak stapels van filmblikken van min of meer gelijke grootte.
Tip: bij een grote collectie nummer je kast en plank voor een eenvoudige vindplaatsregistratie.
naar boven |
terugkerend beheer
|

Lieuwe Wijma, medewerker archief, aan het werk in het depot. |
Ook nadat de films een goede plek hebben gekregen, zal je regelmatig voor technisch beheer terug moeten, vooral om mogelijk chemisch verval op te sporen. De belangrijkste aandachtspunten zijn:
Ontlucht de blikken met enige regelmaat .
Op termijn raakt het binnenklimaat van het blik verzadigd met chemische dampen die processen van verval kunnen aanwakkeren/versnellen.
Controleer regelmatig op verzuring bij acetaatfilms
Een reuktest bij het ontluchten van het blik is een goede indicatie.
Houdt het verloop van de verzuring bij films met een lichte zuurgraad in de gaten. Bij verzuring is sprake van een autocatalytisch punt, hierna zal de film in rap tempo verzuren.
Controleer de staat van de blikken/ het filmmateriaal Kijk of er geen sprake is van aantasting van blikken en/of filmmateriaal door roest, schimmel et cetera.
Controleer de omgeving
Vochtplekken en dergelijke zijn signalen voor een slechte omgeving. Houd de ruimte schoon.
|
Technische controle drager
 |
Wil je een film verder bekijken of laten overzetten dan is het belangrijk dat je de staat van het materiaal controleert. Waar nodig voer je kleine reparaties uit.
NB de beeldkwaliteit test je pas wanneer je de film gaat afspelen op een speciale filmviewer.
Voor inventarisatie van schade aan de drager moet je de film afspoelen. Dit gaat eenvoudig en zonder al te veel druk op een handspoeler (zie afbeelding links). Zaken waar je op let zijn: |
Controle punten
Conditie van de spoel (indien nodig vervangen door een nieuwe spoel (8mm) of filmkern (16 en 35 mm)
Conditie van het materiaal in het algemeen (vuil etcetera)
Aan- en afloopstroken: bij geen, te korte of te sterk beschadigde aanloopstroken zorgen voor nieuwe.
Kapotte lassen en/of perforatie
Lijmresten van vergane lassen
Beschadiging van het materiaal (scheuren)
Staat van de drager (kreuk, slagen)
Controleer de perforatie met het oog op eventuele krimp van de drager.
naar boven |
Eenvoudige reparaties
De volgende reparaties zijn relatief eenvoudig uit te voeren. Natuurlijk werk je bij de controle en de restauratie in een schone omgeving en met de nodige precisie. Wanneer je geen ervaring hebt, laat je dan bijstaan door iemand met ervaring of oefen op nieuwe filmstroken.
NB pas op met het schoonmaken van de drager. Gelet op de verschillende vormen van chemisch verval van een film, en alle mogelijke vervuilingen (zelfs vervuiling door sigarettenrook komt voor!) is het niet verstandig om films zelf schoon te maken. De meeste in de handel zijnde middelen zijn te sterk voor historisch materiaal: laat dit aan de professional over.
Herstel van lassen

Een kapotte of andersinds ondeugdelijke las herstel je met een plakpers (afbeelding links). Een plakpers werkt met speciale filmtape of met speciale lijm. Lijm is het meest duurzaam.
Verwijder oude lijm- en taperesten voordat je de las hersteld.
|
Herstel van perforatie
Voor herstel van perforatie kan je speciale perforatietape aanwenden, die je over het kapotte gedeelte plakt. Dit is speciale tape met een al aangebrachte perforatie. Breng deze tape aan over een iets grotere afstand dan de schade.
Zie figuur voor voorbeelden van schade en reparatie.
|
Herstel van scheuren
Scheuren in de drager kan je repareren met speciale filmtape. Vergeet hierbij niet aan beide kanten te tapen. |
Monteren aan- afloopstroken
Bij geen, te korte of sterk beschadigde aan- en afloopstroken monteer (las) je met behulp van een plakpers nieuwe aan. Een goede richtlijn voor de lengte van de aanloopstrook is dat de aanloopstrook anderhalf keer om de hele film kan wikkelen. Zo bescherm je de film.
naar boven | |